Zo zingt Monty Python een vrolijk lied over ontbindende componisten. Niet enkel klassieke componisten worden postuum beluisterd, iedere redelijke platenkast is voor een stukje mausoleum. Opnames gaan vaak langer dan hun makers mee. Wanneer de artiesten “komen te gaan” (en zoals bij Monthy Python als hij vergaat) worden de opnames nog steeds opgelegd.
“Kunst gemaakt door nog levende kunstenaars” als mogelijke definitie voor hedendaagse kunst wijst op het belang van de mogelijkheid tot directe interactie met de artiest. Deze communicatie met de artiesten die bij live-muziek zo natuurlijk is, blijkt geen evidentie meer als de artiesten gestorven zijn.
Doet het de artiest eer aan wanneer de muziek verderleeft in de opnamen maar live presentatie uitblijft?
Invloedrijke (vergeten) helden kregen wel vaker een podiumplaats bij
(K-RAA-K)3. Tony Conrad, Charles Hayward, Träd Gräss Och Stenar, Patty Waters en Henry Grimes stonden al op het festival. En hoewel de leeftijd van deze artiesten in de buurt komt van die van de grootouders van het publiek, is het opvallend hoe deze optredens de huidige generatie weten te boeien en inspireren.
Maar kunnen de legendes nog een invloed achterlaten als ze niet meer levend zijn? Vele pioniers zijn tot aan hun dood actief. Op het laatste moment worden optredens afgelast wegens ziekte en komt er nog net een interview. Dit filmprogramma onderzoekt of we met het medium film geesten kunnen oproepen. Kunnen films de ideeën van artiesten bovenhalen als het live niet meer kan? |