"Music is culture and what musicians do is society" (Alan Merrian, 1977)


De eerste avond van het Pauze Festival staat in het teken van folk. Etnische muziek is letterlijk 'eigen aan het volk'. De folk-variant brengt in de meest oorspronkelijke betekenis muziek door en van de mensen. Ze zingen voor elkaar liedjes zonder enige pretentie en geven die vooral mondeling door. Etnische muziek gaat een stap verder dan wereldmuziek en is een verre stap verwijderd van het huidig, westers popklimaat.

Folk wordt soms als synoniem gebruikt voor etnische muziek, alhoewel het maar één van de varianten daarvan is. Het gaat vaak om muziek die ontstond en overleefde in afgezonderde gemeenschappen en daar iets unieks ontwikkelde. Het isolement van ver vervlogen tijden is intussen doorbroken, maar de verklanking van de eigen levenswijze is overeind gebleven. Zo ontstond wereldwijd een oneindige verscheidenheid aan muziekculturen.
Wat is muziek en wat is het niet? Is muziek goddelijk of menselijk? Is muziek zinvol of verderfelijk? Waarom speelt men muziek? Er zijn waarschijnlijk evenveel antwoorden als culturen. Javaanse gamelan begeleidt geboortes en huwelijken, maar staat zelden of nooit als muziek op zich. Een zenboeddhist gebruikt de shakuhachi-fluit als een spiritueel middel om verlichting te bereiken. Hetzelfde instrument heeft in Japan een voluit muzikale functie. In Nigeria zijn de oriki-lofsongs alleen ontstaan om belangrijke personaliteiten te eren.
Het is niet makkelijk om een muziekcultuur te begrijpen als je de achtergrond of de evoluties niet kent. Muziekcultuur gaat ook over de mensen. Het zijn hun ideeën, hun handelingen en hun communicatie. In de etnische muziek behoren de muzikanten tot de talentrijkste jongens van de gemeenschap. Iedereen kent hen goed, vaak zelfs persoonlijk. Aan de andere kant van het spectrum heb je de westerse rockster die zijn privé-leven afschermt, op een podium met bijhorende lichtshow speelt en zich voor het publiek een imago aanmeet. Het is in onze wereld, waar elke gewenste song bij twee klikken al speelt op je i-pod, moeilijk te begrijpen dat alle muziek ooit in face-to-face optredens gebracht werd. Ook onze voorouders moesten zelf spelen of naar een feest gaan om muziek mee te maken. De rituelen, de sociale omkadering en de mystiek van zo'n muziekbelevenis zijn in onze cultuur grotendeels verdwenen.
Het is gevaarlijk te denken dat de westerse muziek dynamisch is en dat alle andere muziek statisch is. Men verwijst dan vaak naar de muziek uit het steentijdperk van afgezonderde stammen en naar de oude, traditionele Aziatische muziek. Het is echter een groot misverstand te denken dat westerse muziek verder geëvolueerd is. Weliswaar introduceerde de westerse muziek een eigen harmonisch concept, maar andere culturen maken dan weer meer gebruik van samenklanken. In Aziatische en Afrikaanse muziek luistert men meer naar boventonen, terwijl bij ons de grondtonen meer gewicht hebben. Alle muziek heeft een geschiedenis en alle muziek verandert en zal altijd blijven veranderen, aan diverse snelheden en in verschillende richtingen. Westerse muziek werkt vaak onafhankelijk van haar onmiddellijke omgeving. Het is gewoonlijk een product in een commercieel systeem. Er is geen reden om onze muziek boven deze uit andere culturen verheven te achten. De manier waarop niet-westerse muziek gespeeld en ervaren wordt, is vaak van een puurheid waar westerlingen enkel van kunnen dromen.
 

TSEHAYTU BERAKI [Eritrea]

Tsehaytu Beraki was in de jaren '70 en '80 een grote madam in Eritrea. Nadien was ze spoorloos tot Terrie Hessels, The Ex-muzikant en Afrika-fan, haar ontdekte. Bij veel Eritreeërs en Ethiopiërs sprongen spontaan de tranen in de ogen toen zij hoorden dat Tsehaytu Beraki nog in leven is. De ongekroonde koningin van het Eritreese lied, in de jaren '60 en '70 dé stem van de Eritrese onafhankelijkheidstrijd, leefde gezond en wel! Haar verhaal begint in Quatit, een klein dorpje, waar ze in 1939 het levenslicht zag. Op vijfjarige leeftijd bracht haar tante drie krars mee naar huis. Een krar, een kruising tussen een lier, een gitaar en een harp, is een typisch Ethiopisch instrument. Dreumes Beraki bleek graag, en goed, op de krar te tokkelen en te zingen. Spelenderwijs kreeg ze de eeuwenoude traditie onder de knie en op jonge leeftijd vroeg men haar om trouwpartijen en feestjes op te vrolijken. Maar haar familie was helemaal niet opgezet met haar krarspel. Er werd neergekeken op muzikanten. Ze werd verstoten en Tsehaytu zei de schoolbanken vaarwel. Om te overleven werkte ze als muzikante in traditionele suwahuizen, een soort van café waar plaatselijk gebrouwen bier geschonken wordt. Daar vermaakte ze de aanwezige mannen en lokte anderen binnen. Ze werkte er dag in dag uit, van acht uur 's morgens tot negen uur 's avonds. Ze mocht nauwelijks naar het toilet, haar baas zei dat als voorbijgangers haar stem niet hoorden, ze niet zouden binnenkomen. In 1950 beslissen de Verenigde Naties dat Eritrea ingelijfd wordt bij Ethiopië. Tijdens de bloedige onafhankelijkheidstrijd die daarop volgde, hield mevrouw Beraki geen blad voor haar mond, integendeel, haar zangtalent bleek een handig kanaal om haar politieke visie te verspreiden. Maar wanneer de Ethiopische luchtmacht één van haar concerten, in Tesseney, besliste te bombarderen is het voor Beraki welletjes en vlucht ze naar Soedan. Daar verbleef ze tien jaar in een vluchtelingenkamp. Met een vals paspoort en de steun van een Soedanese agent, raakt ze uiteindelijk in Nederland verzeild. Daar leefde ze een totaal ander leven dan ze gewoon was. Een nieuw land, een nieuwe taal, totaal anoniem. In Ethiopië was ze alom bekend, een gevierd popidool en een belangrijke figuur in de onafhankelijkheidstrijd. In Nederland kende zo goed als niemand haar. Tot Terrie Ex, van de Nederlandse groep The Ex, ontdekte wat ze betekend had in Eritrea. Beraki speelde nog zelden, haar krar was hopeloos verouderd. Terrie bouwde een nieuwe krar en bood haar aan om in de repetitieruimte van The Ex te repeteren. Met als resultaat een pracht van een cd, waarin zowel oude als nieuwe nummers passeren, in 2004 verschenen op Terp, het label van The Ex. Haar album Selam, vol fantastische popliedjes, werd in 2004 bekroond door het Britse toonaangevende tijdschrijft The Wire als één van de 10 beste cds in de categorie wereldmuziek.
+video+

DAUD KHAN [Afghanistan]
+ Dorran Ahmad Sadozai & Florian Schiertz

Daud Khan werd geboren in Kabul, Afghanistan, in 1955. Hij studeerde er robab bij Ustad Muhammad Umar, een meester in het herïnterpreteren van klassieke raga-stijlen naar tradionele folk. De Robab, een middeleeuwse Afghaanse luit, werd Daud's belangrijkste instrument naast de Sarod, een Noord-Indisch snaarinstrument. De Sarod leerde hij bij Ustad Ali Khan, waarvan hij nu nog de leer verderzet. De Afghaanse muziekcultuur heeft sterke banden met Pakistan en India. Veel Afghaanse musici zijn verwant, of door huwelijk of door hoofd-leerlingrelaties, met Indische families, ook de muzikale theorie van het land en de terminologie bevat vele gemeenschappelijke Hindi-woorden zoals raga en tala. Het is echter verkeerd om Afghaanse muziek louter als het schaduwspel van grote broer India te zien. Afghaanse ragas zijn helemaal anders, in het bijzonder in termen van speelstijl. Pas vorig jaar liet Daud Khan goed van zich horen met een absoluut meesterwerk op het Italiaanse Felmay. Het album biedt meteen een perfect venster op de Afghaanse muziekcultuur van een absolute meester. De cd "Tribute To Afghanistan" bevat folkmuziek uit zijn thuisland die hij op een eigenzinnige en intense wijze brengt. De strenge discipline waarmee Daud Khan geduldig zijn speelstijl heeft verbeterd, leidde tot een perfecte en diepgaande beheersing van raga en andere stijlen.

BREAKING THE SILENCE
Film door Simon Broughton

Breaking the Silence is een zestig minuten durende documetaire rond de muzikale situatie in Afganisatan na de val van het Taliban regime. De film is geproduceerd ism de BCC en won reeds enkele prijzen. Deze vertoning is de première in België. Onder het Taliban regime in Afghanistan werden instrumenten in beslag genomen en publiekelijk vernietigd of verbrand. De enige muziek die toegelaten was waren de instrumentale Taliban liederen. Deze film werd twee maanden na de val van het Taliban regime gemaakt in Kabul waar de eerste publieke concertjes opnieuw plaatsvonden in een kapotgebombardeerde stad.