| |
En plots was daar, uit het niets, ‘We Need More Space In The Cosmos’, de nieuwe Köhn. “Don’t Call It A Comeback” zou LL Cool J zeggen, maar mensen met goede smaak hebben mij erop gewezen dat het niet slim zou zijn om bij KRAAK naar LL Cool J te verwijzen. Te laat. Even het geheugen opfrissen: ‘Koen’ de vorige cd van Köhn, is niet enkel een mijlpaal in de KRAAK-catalogus, het is ook de beste Belgische elektronicaplaat ooit. En de grappigste, of u zou de platen van Eavesdropper moeten meerekenen, maar die waren naar het schijnt niet zo bedoeld. Soit. ‘We Need More Space In The Cosmos’ klinkt dromerig, compact en zelfs een beetje old school. Zoals LL Cool J, dus, maar dan anders.
Toen ik naar ‘We Need More Space In The Cosmos’ luisterde, moest ik aan Es en aan Aphex Twin zijn ‘Selected Ambient Works Volume II’ denken. Zijn dat dingen die jou beïnvloed hebben?
Ja, maar vooral ook de oude synthesizer-garde Jean-Michel Jarre, Klaus Schulze, Tangerine Dream, Vangelis, Kraftwerk en andere onhippe en onfrisse figuren uit mijn muzikale beginnersjaren. Toen ik twaalf was ben ik begonnen met een kleine Casio en een fascinatie voor alles wat met synthesizers te maken had. Ik las er over in Oor's Popencyclopedie en zocht de muziek op waar zij over praatten. Ik zocht in de bibliotheek ook boeken over synthesizers en droomde ervan om een keyboard te hebben waar ik mijn eigen geluiden mee kon maken en mee kon samplen. In de loop der jaren is dat er allemaal gekomen. Waar de eerste Köhn-platen de creatieve mogelijkheden van de sampler exploreerden, is ‘We Need More Space’ een herontdekking van mijn kinderlijke synthesizer-dromen.
Op ‘We Need More Space In The Cosmos’ staan maar acht nummers. Dat is wat anders dan de 27 nummers op ‘Koen’.
Ja, 'Koen' was eigenlijk bewust over the top en overload. Het was een beetje een sneer naar 'Melon Collie And The Infinite Sadness' (Smashing Pumpkins-album uit ’95, jb) en andere dubbelalbums uit de muziekgeschiedenis. Het was een afrekening met elektronica, er zit behoorlijk wat sarcasme en ironie in maar die is achteraf nogal ondoorzichtig gebleken. 'Koen' was niet alleen een dubbelcd maar ook een werk met een dubbel gevoel, met een dubbele bodem en met een dubbele bedoeling. Het was zowel een uiting van mijn creatieve ideeën als een commentaar op wat er op dat moment gebeurde in de elektronica en de experimentele muziek. Eigenlijk spotte ik met die scene.
Als voorbereiding op dit interview luisterde ik nog eens naar ‘Koen’. In het cd-boekje van ‘Koen’ staat een foto van jouw homestudio. Wat me hieraan opviel, is dat er opvallend weinig in staat.
Die bewuste foto was een tijdelijke en gedeeltelijke opstelling van mijn materiaal in de living van mijn ouders toen ze op reis waren. Maar eigenlijk heb ik altijd wel al met een minimum aan materiaal gewerkt en dat vooral uit logistieke en financiële overwegingen. Ik had nooit veel geld om uit te geven aan sjiek, duur en zeldzaam materiaal, veel was gekregen of geleend en veel was tweedehands rommel.
Ik ben eens naar een workshop van jou geweest op de muzikantendag in de AB, in 2004, en toen leek het er toch op dat jouw muziek vooral het resultaat is van uitproberen hoe je geluiden kan manipuleren met digitale programma’s.
Ten tijde van die muzikantendag was het inderdaad zo dat veel van mijn muziek het resultaat was van manipuleren van geluiden met software. Dat is nu nog aanwezig maar minder dan toen. Ik ben nu een beetje teruggekeerd naar de synthesizer en heb daar vooral ook een grote scheut improv en directheid aan toegevoegd. Ik neem nu gewoon op. Ik heb te lang zitten werken vanuit de optiek dat ik achteraf nog vanalles kan aanpassen met mijn software. In die zin zit ik nu meer te werken zoals in de begindagen: met mijn fourtrack zoeken naar een paar toffe geluiden, spoortje volgooien en dan weer verder zoeken naar aanvulling voor de volgende sporen. En dan vooral op tijd stoppen.
‘We Need More Space In The Cosmos’ is, weeral, een onnozele titel, net zoals Köhn (West-Vlaams voor ‘konijn’) een onnozele artiestennaam is, terwijl de muziek op ‘We Need More Space’ toch vooral dromerig en zelfs een beetje droevig is. Is dat een contrast dat je bewust opzoekt?
Ik hou wel van een flauwe grap en van woordspelletjes. Maar de titel is meer dan een onnozele grap. Naast de grap zit er ergens ook de gedachte in van het in aantal toenemende menselijke ras en de toekomstfantasieën over uitwijken naar andere planeten en andere zonnestelsels. Of gewoon het feit dat een mens, die zo nietig is in de cosmos, toch het gevoel kan hebben superbelangrijk te zijn. Ja, zelfs gewoon het gevoel te hebben dat we op mekaars huid leven en dat we in ruimtenood komen en dat in zo'n onmetelijk groot universum. Daarnaast is het ook een roep om meer spacemuziek, ‘We Need More Spacerock In The Cosmos’, dus.
Dit is de vierde Köhn-cd. Was er niet ooit het vage plan dat Köhn een trilogie zou maken en er daarna mee zou kappen?
Ik speel met het idee om één van de nummers ‘The Ressurection Of Köhn’ te noemen. Er is nooit écht het plan geweest om er mee te kappen.
Je bent ondertussen al de dertig voorbij. Je hebt een vrouw en een kind. Toch wordt er gezegd dat een mens na zijn 25 niet meer veranderd. Voelt dat voor jou ook zo aan: dat jouw leven tussen nu en pakweg tien jaar geleden erg veranderd is, maar dat eigenlijk alles hetzelfde is gebleven wanneer je in jouw eentje muziek zit te maken?
Het is triestig als je ervan uitgaat dat een mens na zijn 25ste niet meer verandert. Het kan niet missen dat zoveel mensen depressief zijn of ziek worden als je vanuit zo'n attitude leeft. Soms heb ik echter ook wel de indruk dat ik ergens ben blijven steken, maar dat is eerder rond mijn zes of zestien jaar. Maar ik ben ervan overtuigd dat een mens voortdurend verandert, de enige constante is verandering. Het is eigenlijk tegennatuurlijk om te vechten tegen verandering. Om maar te zeggen: de geboorte van mijn dochter is één van de grote veranderingen in mijn leven geweest, zowel op praktisch als op emotioneel en op mentaal vlak en dat heeft ook een invloed gehad op hoe ik muziek maak. Ik haal veel inspiratie uit het zien opgroeien van mijn kind.
Moet ik mij daar Spinvis-achtige toestanden bij voorstellen: in heel het huis is er één kamer waar de pappa muziek zit te maken. Die kamer dat is verboden terrein voor de andere familieleden, en dat weten ze.
Het is geen verboden terrein. Ik vind het soms wel vervelend als ik gestoord word, maar dat is normaal. Ik probeer muziek te maken als ik er tijd en goesting voor heb, en liefst die twee samen.
Ik herinner mij dat jij eens te gast was bij Studio Brussel, in een uitzending van Thomas De Soete. Daar liet je een nummer horen waarin het ritme bestond uit een haperende cd. Je vertelde toen dat je hiervoor een kras in een bestaande cd had gemaakt. Hierdoor bleef deze cd haperen. Maak je vaak gebruik van dit soort vondsten?
Het gebeurt wel eens dat ik gebruik maak van dergelijke vondsten. Een gsm of digitaal fototoestel boven het element van een elektrische gitaar leggen, bijvoorbeeld. Dit heb ik gedaan op ‘Köhn vs. Klara’ en op ‘Super Reverb’. Of loops maken van gesampelde krakende of kapotte kabels, effectapparaten of software doen feedbacken met zichzelf door inputs met outputs te verbinden en daar dan nog een hoop effecten tussen te gooien, dingen laten vallen op de grond en dat samplen en daar dan loops van maken, ...
Op Tomlab verscheen enkele jaren terug een singer-songwriterplaat van jou. Ben je hier nog steeds mee bezig?
Ik heb nog veel van dat soort liedjes liggen, ja. Maar ik heb nog geen label gevonden die dat nog wil uitbrengen. Ik heb lang gewerkt aan een tweede plaat voor Tomlab maar daar is nooit meer iets van in huis gekomen.
Toen ik vorig jaar naar een optreden van de Portables in de Vooruit ging kijken, viel mij op dat er veel fans waren die even oud waren als jullie zelf.
Vond jij dat? Mij viel vooral op dat er ook veel jonge en nieuwe gezichten waren. We waren daar eigenlijk door verrast. We hadden ook nooit verwacht dat ons tienjarig bestaan zou uitverkopen.
Heb jij soms ook de indruk dat Köhn, de Portables, Wio en Ovil Bianca ‘old school (K-RAA-K)³’ zijn en dat er met Ignatz en Silvester Anfang een nieuwe generatie is opgestaan?
Je zou inderdaad kunnen zeggen dat er een nieuwe generatie is en misschien zelfs een generatie die meer in de lijn ligt van wat KRAAK al langer wou uitbrengen.
|