Reinhold Friedl is artistiek leider van onder meer het internationale gelauwerde ensemble zeitkratzer en kreeg vorig jaar alom lof toegezwaaid door opnames uit te brengen van complexe en onuitvoerbaar geachte werken als Xenakis [a]live en Metal Machine Music, het legendarische gitaarfeedback album van Lou Reed. Friedl bespeelt een van de laatst overgebleven exemplaren van de Neo-Bechstein, die in het bezit is van pianobouwer David Balzer. De Neo-Bechstein is een elektrische piano ontwikkeld door de befaamde pianobouwer Bechstein en elektronicabedrijven Siemens en Telefunken in 1929 en 1930. Het instrument combineert drie muziekbronnen: de piano, de grammofoon en de wereldomspannende radio. De Neo-Bechstein is een reactie op de opmars van elektronische doch passieve muziekbronnen (de grammofoon, de piano) en een veranderende maatschappij waarin individualiteit vooropstond. Het zelf muziek maken kwam onder druk te staan en de piano en viool verdwenen in de hoek van de kamer om nog zelden bespeeld te worden.
De Nederlandse musicoloog en componist Elmer Schönberger schrijft in zijn boek De wellustige tandarts & andere componisten het volgende over de Neo-Bechstein:
“Imitatie en effect zijn bij uitstek commercieel exploitabele kwaliteiten en het zal wel aan de economische toestand in Duitsland en de toenemende concurrentie van radio en grammofoon te wijten zijn geweest dat de Neo-Bechsteinvleugel (een van de eerste elektro-akoestische instrumenten die met expliciet commercieel oogmerk werden ontworpen) een voortijdige dood stierf. Het instrument had de pretentie een ‘verbeterde’ piano te zijn. In tegenstelling tot de toon van de gewone piano die na aanslag niet meer te beïnvloeden is, leek die van de Neo-Bechstein op die van een blazer met een oneindig grote long: duur en variatie in luidheid waren aan geen enkele beperking onderworpen. Aangezien de opvatting dat het gemak de mens dient een commercieel al even exploitabele opvatting is, kon de Neo-Bechstein een wonder van kitsch worden. In een enkele handomdraai kon men van deze elektrische gitaar met achtentachtig toetsen een radio of pick-up maken - een wandmeubel in de vorm van een vleugel.”
Wat interesseert Reinhold Friedl dan zo in dit “wonder van kitsch”? De Neo-Bechstein is een normale piano, maar de snaren worden versterkt door 18 elementen (‘humbuckers’). In de loop der jaren heeft Friedl verschillende inside-piano technieken ontwikkeld en het voordeel van de Neo-Bechstein is dat de klank van de snaren niet versterkt hoeft te worden door middel van microfoons, maar versterkt wordt door de elementen zelf. Alle ruis of omgevingsgeluid is gereduceerd tot nul. En dit biedt andere mogelijkheden met de pianoklank dan voorheen.
De 18 elementen (allen mono) worden geconverteerd naar een polyfonische configuratie. De transparantie van de individuele snaargroepen wordt verder uitgekristalliseerd in de ruimte door een spatialisatiematrix. De hardware hiervoor is ontwikkeld door geluidstechnicus Sukandar Kartadinata. In combinatie met een multi-channel systeem is de Neo-Bechstein het ideale instrument voor zogenaamde space/sound composities.
Wie bekend is met het werk van Reinhold Friedl en zeitkratzer weet dat het een complexe compositie kan verwachten met menig ongehoorde klank. Naast de pianoklanken zullen ook de grammofoon en radio-ontvanger in de piano aangewend worden om de composities van extra lagen te voorzien. Het woord kitsch komt niet in het woordenboek van Friedl voor. Friedl en de zijnen hebben de Neo-Bechstein voorgoed van haar oubollige imago afgeholpen. Hoewel een opleving van het instrument uitgesloten lijkt; wereldwijd zijn er nog zo’n 5 exemplaren over (meestens achter gesloten deuren in musea). Voordat het instrument definitief naar het hiernamaals wordt gekatapulteerd kunnen we de tekst van Schönberger gelukkig iets nuanceren en een van de eerste elektro-akoestische instrumenten voor een roemloze ondergang behoeden. |